Hollands Dagboek II

Verborgen gebreken is nu te koop op DVD. Klik hier om de DVD te bestellen.

Voor de wereldpremière van de verfilming van Verborgen Gebreken hield Renate Dorrestein een Hollands Dagboek bij voor Het NRC Handelsblad.

Vrijdag 10 september:

Ik ben net mijn koffer voor Toronto aan het pakken, als de post ook nog eens de uitnodiging brengt voor het Nederlands Filmfestival in Utrecht, waar Paula van der Oests verfilming van Verborgen gebreken op de slotavond, 29 september, zal worden vertoond. Maar wacht eens, waar valt mijn oog meteen op? De dress-code van de avond is tenue de ville! Wat krijgen we nou? We gaan toch niet in tenue de ville naar een van de leukste momenten uit ons hele leven? En mijn speciaal voor dit doel aangeschafte knaloranje avondjurk dan? De mensheid weet niet meer hoe te feesten! Alleen, heb ik Paula niet iets horen mompelen over een gouden robe? En Henny Orri, die in de film Agnes speelt, zou toch ook in het lang gaan? Daar pas ik in het oranje puntgaaf bij. Mooi zo. Dan maar overdressed. Maar nu eerst naar Toronto, waar Paula’s film is geselecteerd voor vertoning op het internationale filmfestival en daar dus in feite zijn wereldpremière beleeft. ‘s Avonds bel ik Maarten wel zes keer op om hem op het hart te binden morgen op tijd op Schiphol te zijn. Ik moet daar nog een Canadees stekkertje voor mijn laptop kopen, en ik ben een geweldig stress-konijn.

 

 

Zaterdag 11 september:

Bij de gate treffen we behalve Paula ook Sander Vos, die de film heeft gemonteerd, producent Jacqueline de Goeij van De Luwte, met een grote plastic tas met posters, en Dorien Plante die de PR doet, al evenzeer beladen met persmateriaal. Bij het woord ‘filmproducent’ denk ik volkomen ten onrechte nog steeds aan een man met een dikke sigaar in een strechted limo – de werkelijkheid is heel wat prozaïscher. Jammer trouwens dat Tamara Bos, de scenarioschrijfster, niet meegaat naar Toronto. Zij is degene die dit hele project in gang zette. Al in 1996, vrijwel meteen na het verschijnen van Verborgen gebreken, benaderde ze me omdat ze het boek zo geschikt vond voor verfilming. Eerlijk gezegd verwachtte ik er niet veel van. Verborgen gebreken was mijn twaalfde titel en al vanaf mijn debuut werd ik door cineasten op de hielen gezeten. Bijna al mijn romans waren wel een keer in optie genomen om te worden verfilmd, sommige zelfs meermalen. Maar er was nooit iets van gekomen. Heel vaak bleek de financiering een onoverkomelijk obstakel, of anders de kwaliteit van het scenario wel. Ik had op het ogenblik dat Tamara haar tanden in Verborgen gebreken wilde gaan zetten, al heel wat scripts – gebaseerd op eerdere romans van me – afgekeurd en daarmee de verwezenlijking van een film gedwarsboomd. Zonder voortreffelijk scenario, leek me, zou er nooit een goede film kunnen komen. En waarom zou ik de rechten van een boek verkopen als ik van meetafaan kon zien aankomen dat de verfilming ervan een aanfluiting zou zijn?
Al doende was ik trouwens wel gaan begrijpen waarom mijn werk zich zo moeilijk naar het witte doek laat vertalen. Weliswaar bevat het allerlei bruikbare elementen zoals een spannende plot, veel dialogen en volop actie, maar ‘het werkelijke verhaal’ speelt zich doorgaans af op een ander niveau, zoals de invloed van een beladen verleden, goed bewaarde familiegeheimen, of andere duistere zaken die moeilijk door een camera te vangen zijn.
En toch fikste Tamara het. Vanaf het eerste moment dat zij me een versie van het Verborgen gebreken- scenario liet lezen, was ik ervan overtuigd dat er hier een prima adaptatie van mijn boek in de maak was. Ze moest weliswaar sterk snoeien in het tamelijk ingewikkelde verhaal (later zou ze me vertellen dat ze tot haar afgrijzen negen uur film had toen ze het hele boek had ‘gescript’), maar ondanks dat deed het scenario volkomen recht aan de toon en de emotionele impact van mijn roman: hardhandig en teder tegelijk, intens maar tevens lakoniek, grimmig maar soms ook om hard om te lachen. Dat vond ik belangrijker dan dat er een paar personages en verhaallijnen waren gesneuveld. Er verstreken enkele jaren waarin Tamara onvermoeibaar met het script bleef rondzeulen, totdat ze in Jacqueline en Paula de juiste mensen vond om het te verfilmen. En zo lukte het deze drie jonge vrouwen als eersten om iets voor elkaar te krijgen waarop menige man zijn dikke sigaar had stukgebeten: een film op basis van een boek van mij in de bioscoop te krijgen.

Zondag 12 september:

Het ochtendblad van Toronto, dat helemaal in het teken van het filmfestival staat, meldt dat Nick Nolte, Michael Moore en Jeremy Irons vandaag in town zijn. En wij zijn er nu ook! Paula en ik gaan naar het Guest Office om onze accreditering op te halen. Paula moet meteen op de foto, voor op het prikbord met alle regisseurs. We krijgen de catalogus van het festival mee. Het is wel intimiderend om te zien dat er vierhonderd films vertoond zullen worden, waarvan er maar liefst 99 in première gaan. Als we in al dat geweld tenonder gaan, zal ik in ieder geval persoonlijk een prijs voor Paula instellen, de Golden Maple Leaf, of iets dergelijks. Want ik vind dat zij een schitterende film heeft gemaakt. Een paar weken geleden heb ik er al een ruwe versie van mogen zien. Toen mijn Engelse uitgeefster hoorde hoe gelukkig ik ermee was, zei ze verbaasd: ‘Ik wist helemaal niet dat dat bestond, een auteur die tevreden is over de verfilming van zijn of haar boek.’
Jacqueline en Dorien zijn intussen al druk in de weer met het maken van afspraken. Een mens komt hier immers niet alleen voor de roem, maar vooral ook om zaken te doen: het is de bedoeling dat Verborgen gebreken ook elders op de wereld in roulatie gaat. Omdat Maarten en ik daaraan niets kunnen bijdragen, nemen we de Greyhound naar Niagara Falls. Wat een hondenleven hebben we toch, zeggen we hoofdschuddend tegen elkaar.

Maandag 13 september:

Vanmiddag is de industry- and press screening van Hidden Flaws, zoals de Engelstalige versie van Verborgen gebreken heet. Geen vertoning voor het publiek dus, maar een voor journalisten, sales-agents en distributeurs. Volgens Jacqueline is zo’n screening net een veemarkt: je mag allang blij zijn als er een paar mensen komen, en iedereen loopt blasé maar wat in en uit. Het is allemaal nieuw voor me, en ik dreutel als een opgewonden kuiken achter Dorien aan door de mensenmassa’s in het enorme bioscoopcomplex. Caramba zeg, onze zaal zit voor meer dan driekwart vol, er zijn minstens honderdtwintig man. Ik ga helemaal achterin zitten, en begin de aanwezigen dadelijk krachtig in te stralen met de mooie quotes die Hidden Flaws, naar aanleiding van een voorvertoning, al in een paar kranten heeft gekregen: ‘This emotionally charged movie leaves you feeling and thinking deeply.’ (uit Now, met drie sterren) en (uit Eye): ‘The characters are wonderfully drawn – the kids have an especially wide yet believable emotional range.’ Die laatste in het bijzonder is een loftuiting die mij veel plezier doet. Verborgen gebreken gaat over een tachtigjarige vrouw die bij toeval een paar jonge kinderen op haar pad vindt. Ik gaf de roman destijds een plagerig motto van Virginia Woolf mee: dat het onmogelijk een belangrijk boek kon zijn, aangezien het ging over vrouwen en kinderen. Veel recensenten vatten de hint niet en verzuchtten getergd dat een oude vrijster en een stelletje koters hen geen zier interesseerde. Wat is dat toch gek: onze hele cultuur verdrinkt in boeken en films over mensen tussen de twintig en de veertig en hun problemen, alsof andere leeftijdscategorieën onze belangstelling niet waard zijn.
Het zaallicht gaat uit. De film begint. En daar zijn ze, tachtigjarige Agnes (Henny Orri), Chrissie van tien (Priscilla Knetemann) en Tommie van vier (Bram van den Hooven). Wat zijn ze alledrie goed en wat zijn ze alledrie ook, wonderbaarlijkerwijze, precies de personages die ik voor me zag toen ik het boek schreef. Het is al zonderling genoeg dat een verhaal dat tot voor kort alleen bestond in mijn eigen hoofd en dat van mijn lezers, nu ineens door echte mensen wordt bevolkt, maar dat die bovendien vrijwel één op één kloppen, dat is helemaal sterk. Als Tommie in de scène op de kade in Oban een dode vis in de zak van zijn jack probeert te proppen, komt de eerste lach uit de zaal. Ik krijg acuut zin om van pure vreugde ergens in een fontein te springen. Het gaat goed! Nu nog hopen dat ik ook op precies de juiste momenten gesnuf en zakdoekgeritsel hoor. Anderhalf uur later rolt de aftiteling over het doek. Haast niemand staat op voordat de laatste letter is verdwenen. Alsof iedereen zichzelf, in het veilige donker, eerst even bij elkaar moet rapen. ‘Dat is toch een goed teken?’ vraag ik aan Dorien, en dan ook nog eens aan Paula en aan Jacqueline. Opgetogen vertrekken we met onze ploeg naar een café en zetten het op een drinken.
Als ik ‘s avonds veel later samen met Maarten nog even op een tarrasje zit uit te blazen, komt Jason Robards voorbij, onder een honkbalpet. Wat een topdag is dit. Pas als ik in bed lig, begin ik te twijfelen. Jason Robards, die is toch allang de pijp uit?

Dinsdag 14 september:

De recensent van het internationale filmtijdschrift Variety, die gisteren bij de screening was, heeft vanochtend laten weten dat hij erg van Hidden Flaws onder de indruk was. Die gaat er dus vast een mooi stuk over schrijven. Ik heb vandaag alleen maar een fotosessie en kan de rest van de dag in de ezellinnenmelk gaan liggen om morgen representabel te zijn voor de wereldpremière. Die zal overigens niet gepaard gaan met rode lopers en diamanten tiara’s: het gaat hier in Toronto allemaal erg informeel toe.

Woensdag 15 september:

We hebben een internationale sales-agent! Hij classificeert de film kortweg als ‘a triumph.’ Jacqueline hoeft bij wijze van spreken alleen nog maar haar handtekening onder het contract te zetten, en Hidden Flaws kan in theorie over de hele wereld worden verkocht. Het is om kippenvel van te krijgen. En nu op naar onze première. Als ik achter Paula de grote zaal in loop, zie ik haar knieën onder het korte jurkje knikken van de zenuwen. Mijn hart gaat naar haar uit. Ik ben er godlof nooit bij als iemand een boek van me leest en het misschien halverwege gapend van verveling dichtslaat. Het lijkt me een bezoeking om getuige te moeten zijn van de reacties van je publiek. Maar het wordt een geweldige avond. Pal vóór me zit een mevrouw die bij iedere spannende wending in elkaar krimpt, ‘Aw my god!’ kermend, om weer helemaal op te veren als het niet zo’n vaart blijkt te lopen. Ik kijk meer naar haar dan naar de film: zij lijkt me een prima graadmeter voor de betrokkenheid van het publiek. Na afloop moeten Paula en ik naar voren komen om vragen te beantwoorden. Ik sta er een beetje besmuikt bij: ik heb alleen maar dat boek geschreven, de film is Paula’s werkstuk. Hoe het was om met zulke jonge kinderen te werken, wil men weten, en meer van dat soort zaken. Uiteraard is er ook een dwaallichtje – die vind je in elk publiek – met de vraag of de mensen in de film misschien homeless zijn, aangezien ze in een tent zitten? Nee mevrouw, ze zitten in die tent omdat ze aan het kamperen zijn (Over rare ideeën gesproken: toen ik onlangs op de Amsterdamse Uitmarkt was om de film te promoten, werd er gevraagd of ik er nu schatrijk van was geworden. Op mijn antwoord dat ik de rechten voor dertigduizend euro had verkocht en dat ik er, of de film nu flopte of een wereldsucces werd, verder geen cent armer of rijker van zou worden, werd met grote teleurstelling gereageerd. Veel mensen denken blijkbaar dat je er als auteur miljoenen aan kunt verdienen).
Na afloop voelen we ons allemaal een beetje raar en dizzy. Het is voorbij, opeens. Vooruit, de flessen moeten maar weer eens serieus open.

 

 

Donderdag 16 september:

Tijd om in te pakken en de geest alvast naar huis te verplaatsen, waar de drukproeven van mijn nieuwe roman op me wachten. Wat een voorrecht toch, dat er altijd weer iets nieuws te maken valt. Op weg naar het vliegveld gaat mijn mobiel. Het is Jacqueline, die meldt dat nu ook een van de grootste filmdistributeurs van de Verenigde Staten veel interesse in Hidden Flaws heeft.