Renate Dorrestein over titels

Ieder boek heeft een titel nodig. Liefst een zo aantrekkelijk mogelijke: een die intrigeert en uitnodigt tot lezen. Ooit had de Nederlandse auteur Oek de Jong een reusachtig succes met zijn roman OPWAAIENDE ZOMERJURKEN. Zonder dat de recensenten en lezers het boek ook maar hadden opengeslagen, zagen zij al zonnige, onbezorgde beelden voor zich. Maar zou het ook zo’n sensationele hit zijn geworden wanneer het was gepubliceerd als PATHETISCHE SONATE? Zo luidde de oorspronkelijke titel, die op het laatste moment door de slimme uitgever werd gewijzigd.

Toch zijn er ook volop voorbeelden van suffe en saaie titels die moeiteloos de wereld hebben veroverd. Neem nou HET PARFUM van Patrick Süsskind: wie zou vermoeden dat er achter dat nietszeggende opschrift zo’n duistere, griezelige roman schuilgaat? Of wat verraden eigennaam-titels zoals MADAME BOVARY, MOBY DICK, JANE EYRE, of ANNA KARENINA nu over de meeslepende inhoud van het boek in kwestie? Helemaal niets. Natuurlijk bestaan er daarnaast wel degelijk aanstekelijke en glasheldere titels, zoals THE DIARY OF ADRIAN MOLE AGED 13 ¾. En ook adembenemende vondsten zoals THE UNBEARABLE LIGHTNESS OF BEING of THE MAN THAT MISTOOK HIS WIFE FOR A HAT. Maar voor alle categorieën geldt: hoe volmaakt, vanzelfsprekend en toepasselijk een titel ook lijkt te zijn zodra het boek eenmaal in de winkel ligt, het kan vooraf een hele klus zijn om hem te verzinnen.

Van Ernest Hemingway is bekend dat hij pas na het voltooien van een roman over de titel begon na te denken en dan lijsten van soms wel meer dan honderd stuks aanlegde, die hij een voor een nauwkeurig tegen het licht hield. Op zoek naar de ware. Want zoals de Amerikaanse auteur John Gardner het uitdrukt: ‘Als je een kind John noemt, krijgt hij een ander leven dan wanneer je hem Rudolph noemt. Dat gaat ook op voor boeken.’ Het is iets ongrijpbaars, bijna iets magisch, en het doet er niet toe of het resultaat prozaïsch OORLOG EN VREDE is of, heel wat verrassender, HONDERD JAAR EENZAAMHEID: de schrijver denkt precies de juiste vlag voor de lading te hebben gevonden.

Ik was een paar jaar geleden dan ook zeer verslagen toen ik erachter kwam dat de titel die ik voor een nieuwe roman in gedachten had, in Nederland al in gebruik was. In mijn boek reconstrueerde een vrouw haar verleden aan de hand van oude familie-foto’s. Voilà: FAMILIE-ALBUM. Maar zo gemakkelijk kwam ik er dus niet van af. Ik zou iets nieuws moeten verzinnen. Nu wilde het toeval dat ik kort daarvóór in een vrolijke bui met behulp van een paar vrienden en een fles jenever een lijstje had gemaakt van titels van boeken die ik nooit van mijn levensdagen wilde schrijven. We hadden een breed scala aan gruwelijke genres genomen, van westerns tot science fiction, en ons daarop uitgeleefd. In de afdeling ‘keukenmeidenromans’ hadden we onder meer bedacht: EEN HART VAN STEEN.

Maar nu ik FAMILIE-ALBUM niet meer kon gebruiken en snel een andere oplossing moest vinden, leek het me opeens helemaal niet zo’n gekke titel. Ik hoefde alleen maar een paar extra scènes in het verhaal te schrijven om alles kloppend te maken, en toen kon mijn boek de wereld in als EEN HART VAN STEEN.

Het zou in vijftien landen een succes worden. In Italië kocht uitgeverij Guanda  de rechten. Maar algauw kreeg ik een telefoontje van de uitgeverij: EEN HART VAN STEEN bleek in Italië geen bruikbare titel te zijn, dus er moest een andere komen. Zou ik accoord kunnen gaan met … ALBUM DI FAMIGLIA? Wat een geval van poëtische rechtvaardigheid: mijn boek had z’n oorspronkelijke titel terug!

Maar het zou nog veel gekker worden. De volgende roman die ik schreef heette ZONDER GENADE. Ook dat boek wilde Guanda in vertaling uitbrengen, en ook met deze titel waren er problemen in het Italiaans. Er werd voorgesteld de roman IL BUIO CHE CI DIVIDE te noemen. Ik vond het een schitterend idee. En het gekke was: deze titel was net zo toepasselijk als ZONDER GENADE. Je dènkt misschien dat je boek maar onder één specifieke vlag kan varen, maar blijkbaar hoeft dat helemaal niet het geval te zijn. Toen deze gedachte eenmaal bij mij had postgevat, begon ik eigenlijk te vinden dat de letterlijke Nederlandse vertaling van IL BUIO CHE CI DIVIDE, namelijk HET DUISTER DAT ONS SCHEIDT, óók bijzonder geschikt was voor het nieuwe boek dat ik op dat moment aan het schrijven was en waarvoor ik, zoals zo vaak, nog geen titel had. Sterker nog, vanaf het moment dat ik dat dacht, snapte ik mijn nieuwe roman zelf pas echt. Er was geen twijfel mogelijk, dit verhaal moest HET DUISTER DAT ONS SCHEIDT heten.

En wederom kocht Guanda de rechten. Nu werd het even erg ingewikkeld. Of misschien ook niet, want we hadden gezamenlijk al een behoorlijke traditie van titel-valsmunterij opgebouwd. Het bleek een koud kunstje om HET DUISTER om te smeden tot Il CAMPO DI FRAGOLE, uiteraard een even adequate en geschikte titel als de oorspronkelijke. En het mooiste was nog dat vertaalster Laura Pignatti tijdens dit proces op de proppen kwam met een lange lijst voorstellen, de een nog welluidender dan de andere: daarmee kan ik nog jaren voort.